Het debuut van Aris Prins

Aris Prins is sinds december 2019 voorzitter van de KNMP. Nooit gedacht dat een pandemie hem het vuur zo snel aan de schenen zou leggen. Een telefonisch interview dit keer. Met opstapelende dossiers tussen de schoolboeken van zijn kinderen. Hoe kijkt Aris terug op de eerste maanden voorzitterschap?

Waar het allemaal begon

Aris is geboren in het Bronovo-ziekenhuis. “Als een echte Prins”, grapt hij erachteraan. Opgegroeid tegen de grens van Den Haag, maar nu weer terug in zijn geboortestad. Een uitstapje maakte hij dankzij de liefde. Zijn vrouw promoveerde in Schotland. “Ik solliciteerde tot ziekenhuisapotheker. We hebben daar bijna drie jaar gewoond en gewerkt.” Beiden in het apothekersvak. Toeval? “Nee, je spreekt dezelfde taal. Dat vind ik het mooie aan onze beroepsgroep. We kennen en begrijpen elkaar. Daarom heb ik me kandidaat gesteld als voorzitter van de KNMP. Ik geloof in de Eed van Hippocrates, waarin we beloven de beste zorg te leveren. Maar als ons dat soms onmogelijk gemaakt wordt? Dan wil ik best de barricades opgaan!”

 

“Wij zijn zelf het grootste PR-bureau voor ons vakgebied.”

 

Hoezo verandering?

“Ik was bestuurslid van de sectie Landelijke Openbare Apotheken (LOA). Ik merkte dat er vanuit stakeholders weinig vertrouwen was in de KNMP. En dat meer instanties zich met mijn vak gingen bemoeien; de overheid, zorgverzekeraars, huisartsen én de maatschappij is mondiger. De vele maatregelen raken mijn professionele autonomie. Ik had minder motivatie hierdoor en kwam op een punt dat ik moest nadenken wat ik wilde. Totdat Gerben Klein Nulent aankondigde te stoppen als voorzitter van de KNMP. Was dit het juiste moment? Nu zit ik beter op mijn plek. Ik kén de praktijk en zie het als mijn taak om ‘het verhaal’ van de apotheker te vertellen. Wij zijn zelf het grootste PR-bureau voor ons vakgebied.”

 

En toen kwam corona

Trotser dan trots op hoe zijn collega-apothekers hebben geacteerd in de afgelopen maanden vertelt Aris: “Geen zichtbaarheidscampagne is ooit zo snel geweest. Ik ben enorm trots op alle inspanningen en het werpt vruchten af. We worden gezien als zorgverlener. Ook de kwaliteit van de eerste uitgiftes heeft niet geleden onder corona vanwege de versnelde handreiking consultvoering op afstand.”

In de eerste 100 dagen als voorzitter moest Aris een hele moeilijke beslissing nemen: “Het wel of niet laten doorgaan van het KNMP-congres op 10 maart. Argumenten voor en tegen te over. 48 uur later hadden we waarschijnlijk een ander besluit genomen.”

De vuurdoop van Aris konden we volgen via de media. “Camera’s zijn mij niet vreemd. Het verhaal dat ik in de media vertel, is zoals ik het beleef. Het is oprecht. Daar ben ik voorzitter voor geworden. Wel heb ik een training gehad in het formuleren van korte zinnen en het herhalen van standpunten. Ik spreek immers namens alle apothekers!”

“Eén van de thema’s waar ik op inzet is het vergoedingensysteem. Dat staat haaks op onze rol als zorgverlener. Wij willen mensen beter maken, met minder medicatie als dat kan en full-service aan de balie. Deze zorgfunctie is nu extra zichtbaar, maar we krijgen er niet voor betaald. In mijn communicatie richting stakeholders, zoals VWS, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen, zet ik onze zorgfunctie daarom altijd voorop. In dat kader zie ik onze betrokkenheid bij dossier ‘Masker 19’ als een compliment. Met gemiddeld 300 bezoekers per dag in iedere apotheek in Nederland kunnen we een belangrijke maatschappelijke functie vervullen. Een verantwoordelijkheid erbij en dat gegeven grijp ik aan om er gesprekken over te voeren met beleidsmakers. Garantie voor succes? Nog niet. Maar er wordt geluisterd!”

 

Wat mogen we nog meer verwachten?

Veel dossiers op het bureau van Prins komen voort uit Covid-19. Het testbeleid openbare apothekers, innovaties voor hulpverlening op afstand, analyses van het aantal eerste verstrekkingen, implementatie van de 1,5 meter-handreiking in de apotheek en natuurlijk de medicijntekorten. “We denken mee over de productie in Europa. Ik zie het als de Formule 1 naar Zandvoort halen. Niemand denkt dat het kan, maar je moet de juiste mensen bij elkaar brengen én de vraag durven stellen wat we ervoor over hebben. Als ik geen voorzitter was geworden? Dan werd ik de baas van zo’n medicatiefabriek om zo de continuïteit van de farmaceutische zorg te waarborgen.”